Dit onderzoek introduceerde interactieve landschappen als een vroege vorm van alomtegenwoordige media: digitale omgevingen die niet meer losstaan van de fysieke wereld, maar ermee verweven raken.

Het onderzoek keek naar situaties waarin fysieke en digitale ruimte elkaar overlappen. Niet als scherm of app, maar als omgeving waarin mensen zich bewegen, handelen en betekenis geven aan hun plek.

Met behulp van Heideggers begrip Dasein onderzocht ik hoe zulke interactieve landschappen nieuwe vormen van aanwezigheid mogelijk maken. De vraag was niet alleen wat technologie doet, maar hoe technologie verandert wat het betekent om ergens te zijn.

Een vergelijkende affordance-analyse van twee interactieve landschappen liet zien hoe lichaam, aandacht, gedrag en omgeving in zulke situaties sterker met elkaar verbonden raken dan bij klassieke mobiele interactie.

Belichaamde interactie

De belichaamde interactie in interactieve landschappen maakt een directere relatie met de fysieke omgeving mogelijk dan schermgebaseerde interactie via een mobiele telefoon.

Door met zulke omgevingen te handelen, leren mensen niet alleen iets over hun omgeving, maar ook over hun eigen positie daarin. De gebruiker consumeert de ruimte niet alleen, maar produceert haar mede. Precies daarin ontstaat de ervaring van aanwezig-zijn.

Waarom dit nog relevant is

Dit onderzoek is ouder dan mijn huidige werk aan publieke dienstverlening, maar het vormt nog steeds een herkenbaar fundament. Ook publieke dienstverlening speelt zich steeds minder af in afzonderlijke kanalen. Digitale systemen, fysieke plekken, organisatorische processen en menselijk gedrag lopen door elkaar heen.

Wie dienstverlening wil begrijpen, moet daarom kijken naar de omgeving waarin mensen handelen. Niet alleen naar een interface, loket of processtap, maar naar de ruimte waarin systemen, verantwoordelijkheden en verwachtingen samenkomen.

Lees het volledige paper via ResearchGate.